Munten van het koninkrijk der Nederlanden

Gouden dubbele dukaat Bataafse republiek Utrecht
Gouden dukaat 1809 Lodewijk napoleon
Gouden Dukaat Lodewijk Napoleon 1809 variant met wapens
Gouden 20 francs Napoleon 1813
Gouden dukaat 1831 Polen
Gouden Dukaat 1830 Rusland

Koperen Bleydensteinse duit 1819
Koperen cent 1823 gekarteld
Koper strooipenning Willem III
Koper Juliana cent strookeinde
Juliana (1948-1980) stuiver misslag
Juliana (1948-1980) stuiver 1948 proef

Zilveren kwartje Willem 1
Zilveren 3 gulden munt 1820
Zilveren 1 gulden 1848
Zilveren_1_gulden_1897
Wilhelmina in Londen
Zilveren 50 gulden munt 1982

Juliana (1948-1980) 1 gulden nikkel 1969 vis misslag)
Juliana (1948-1980) 1 gulden nikkel 1980 (misslag)
Nikkel Juliana dubbeltje strookeinde
Nikkel Juliana dubbeltje oliedruppel
Nikkel Juliana dubbeltje 1948 Nederland en Curaçao stempel
Nikkel 1 gulden 2001 Loeki

Papier 1 gulden 1943
Papier 5 gulden Vel Vondel 1973

Papier 100 gulden 1977 VALS BILJET
Vals papieren biljet 25 gulden
Valse verbronsd nikkelen vijf gulden 1989
Valse tinnen kwartje 1849
Valse gouden ducaat 1921
Zilveren valse 2 1/2 gulden 1854

Zink 25 cent Wilhelmina 1941 OZO
Zink 1 cent Wilhelmina 1941 W
Zink 1 cent 1944
Zink 2 1/2 cent 1941
Zink 5 cent 1943
Zink 25 cent 1943

"Een mijnwerker werkte negen uur op een dag en kreeg daar één gulden voor, zes gulden in de week (ca 1893). Dat was minder dan wat werd verdiend in de nieuwe fabriekjes die opdoken in het kielzog van de mijn. Er waren nu wasserijen die linnengoed bleekten, ateliers die zijden linten maakten - een teken dat de welvaart snel steeg. Er stond in Kerkrade een fabriek voor wollen dekens. Hier kreeg een volwassen arbeider een weekloon van 7 gulden. Vergeleken bij een boerenknecht, een stenenbakker of een timmermansknecht was een mijnwerker daarentegen goed betaald. Zij verdienden nog geen 2 gulden per week."(p43. Het geluk van Limburg, 'Marcia Luyten)